Bert van Selm-lezing

  1. Dinsdag 1 september 2026 — Alicia Montoya: Appels met peren vergelijken? Op zoek naar ‘middlebrow’ boekbezit in de achttiende eeuw.
  2. Dinsdag 2 september 2025 — Esther Op de Beek: “Avenue verruimt de blik.” De medialogica van een mondain magazine.
  3. 2024 — Joris van Eijnatten: Struisvogelgedrag in de humaniora. Een pleidooi voor computationele zelfredzaamheid.
  4. 2023 — Jacqueline Bel: Schrijven, drukken, schrappen? Max Havelaar in tijden van sensitivity reading, laaggeletterdheid en ontlezing.
  5. 2022 — Geert Warnar: Lezen als een luistervink. De dialoog in de Nederlandse literatuur van Maerlant tot Coornhert
  6. 2021 — Olga van Marion: De eerste Nederlandse actrices in de zeventiende eeuw
  7. 2020 — Rick Honings: ‘Het eiland van vuurrazernij’. De Krakatau-ramp van 1883 en de Nederlandse literatuur
  8. 2019 — Willem Otterspeer: ‘Het mystieke getal. De Leidse prenten van 1610’
  9. 2018 — Odile Heynders: Perspectief, verbeelding en pragmatisme. Schrijfsters in het publieke debat
  10. 2017 — Mary Kemperink: Literatuur als mede-uitvinder van de homoseksuele identiteit
  11. 2016 — Frits van Oostrom: Van geletterd naar gepixeld
  12. 2015 — Gerard Post van der Molen: De magie van margedrukken
  13. 2014 — Frans Blom: Pennen in beweging. De reizende schrijver in kaart
  14. 2013 — Jaap Goedegebuure: De verboden vrucht. Over het lezen en herlezen
  15. 2012 — Riet Schenkeveld-van der Dussen: Op jacht naar de gezwinde grijsaard. Een verkenning van Nederlandse bloemlezingen en hun betekenis voor de canonvorming van de zeventiende eeuw tot heden
  16. 2011 — Arnold Heumakers: Tussen missie en media. De plaats van de literatuur in de wereld van de massamedia
  17. 2010 — Frank Willaert: ’De ruimte van het boek. Literaire regio’s in de Lage Landen tijdens de Middeleeuwen
  18. 2009 — Ewoud Sanders: De reïncarnatie van het boek. In zeven stappen een eigen digitale bibliotheek
  19. 2008 — Arnon Grunberg: De dood en de verkoop. Over de oorlog die handel in boeken heet
  20. 2007 — Werner Waterschoot: Naar eigen smaak. Individualisering van het gedrukte boek in de zestiende en zeventiende eeuw
  21. 2006 — Jeroen Salman: “Zijn Marsie, en zijn stok, aanschouwer sta wat stil.” Ontmoetingen met rondtrekkende boekverkopers
  22. 2005 — Laurens van Krevelen: Het boek is van de schrijver. Over de rol van de auteur in de ontwikkeling van het boek
  23. 2004 — W.P. Gerritsen: Boethius en de tweede revolutie van het boek
  24. 2003 — Piet Verkruijsse, Plaatjes kijken. Raadsels rond illustraties in oude boeken
  25. 2002 — Berry P.M. Dongelmans: Lezen in romans
  26. 2001 — Kees Fens: In het begin was de bijbel. Boeken uit eigen kast
  27. 2000 — Peter van Zonneveld: De tuin van de Indische Romantiek
  28. 1999 — Orlanda S.H. Lie: Vrouwengeheimen. Geneeskunst en beeldvorming in de Middelnederlandse artesliteratuur
  29. 1998 — K. Porteman: Symbolische boekwetenschap of twee vliegen in één klap
  30. 1997 — P.J. Buijnsters: Het Nederlandse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog
  31. 1996 — Marita Mathijsen: Gij zult niet lezen. De geschiedenis van een gedoogproces
  32. 1995 — Cor van Bree: Lotgevallen van de Codex Argenteus. De wisselende waarde van een handschrift
  33. 1994 — Fons van Buuren: Levenslessen van Cato. Het verhaal van een schoolboek
  34. 1993 — Frans A. Janssen: Genomineerd voor de best verzorgde boeken van het jaar 1512
  35. 1992 — Anton Korteweg: Voor Mies, van Maarten. Exemplaren met opdracht, een verkenning
Continue

Over de sprekers en de lezingen

35. Prof. dr. Alicia Montoya (Radboud Universiteit Nijmegen)
Appels met peren vergelijken? Op zoek naar ‘middlebrow’ boekbezit in de achttiende eeuw
Hoe kunnen we meten welke impact schrijvers in de achttiende eeuw hebben gehad? Zijn er kwantitatieve methoden om te bepalen welke boeken het goed deden bij lezers en om daarbij onderscheid te maken tussen verschillende lezersgroepen? Welke werken circuleerden er in deze tijd en hoe pasten ze in de toenmalige boek- en leescultuur? Een belangrijke bron om deze vragen te beantwoorden zijn de honderden veilingcatalogi van privébibliotheken die in de achttiende-eeuwse Republiek waren gedrukt en die voor het eerst door Bert van Selm zijn ontsloten. In deze vijfendertigste editie van de Van Selmlezing wordt nagegaan hoe we anno 2026 deze bronnen kunnen gebruiken om particulier boekbezit te bestuderen en om de meest commercieel succesvolle boeken en auteurs uit het verleden te identificeren. Om dit te doen wordt de toepasbaarheid van het moderne begrip middlebrow getoetst, evenals het daaraan verwante begrip bestseller, op het soort boeken dat achttiende-eeuwse Nederlanders in hun bibliotheek hadden. Hiermee wordt een fundamenteel methodologisch probleem aan de orde gesteld: is het überhaupt mogelijk om dergelijke transnationale, diachrone vergelijkingen te maken en zo ja, welke expertise en (digitale) gereedschappen zijn daarvoor nodig? Deze verkenning levert soms verrassende inzichten op over ‘vergeten’ bestsellers, over het belang van religieuze boeken en van narratieve proza en over specifieke lezersgroepen in de Republiek zoals vrouwen en de leden van de Sefardische elite. Ten slotte maakt het begrip middlebrow zichtbaar welke rol boeken speelden in de processen van culturele democratisering die kenmerkend waren voor de Verlichting,waarbij auteurs en uitgevers in de achttiende eeuw actief bezig waren de smaak van het publiek te vormen om een nieuw lezerspubliek te creëren.
Over de spreker
Alicia Montoya is hoogleraar Franse letterkunde en cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar onderzoek richt zich op de Franse en Europese literatuurgeschiedenis, met speciale aandacht voor de rol van boekgeschiedenis, kennisproductie en cultuurtransmissie in de vroegmoderne tijd. Haar meest recente publicaties zijn (red., met Lieke van Deinsen) Digitising Women's Book Histories, Middle Ages - 1830 (2026) en (met Simon Burrows) Making the Enlightenment Common Reader. Publishers, Canons, Books and their Owners in Eighteenth-Century Holland, France and Britain (2026).

=======================

34. Dr. Esther Op de Beek: “Avenue verruimt de blik.” De medialogica van een mondain magazineHet Nederlandse publiekstijdschrift Avenue (1965-2002) was een hoogwaardig glossy-magazine dat een welgesteld, antiburgerlijk publiek aantrok. Wie aan het blad denkt, denkt aan spectaculaire trendsettende modefoto's, paginalange reisreportages, taboedoorbrekende onderwerpen of aan de exotische gerechten van Wina Born. Aan een combinatie dus van kunst en lifestyle, aan elegantie en aan grafisch experiment. Een ‘voor Nederland onbekende mix van woord en beeld op glimmend papier’ luidt de typering in 1994, bijna dertig jaar na de oprichting van het blad door Joop Swart.
Vanuit het perspectief van de Nederlandse reisliteratuur is Avenue een uniek geval: het tijdschrift verscheen bijna dertig jaar lang maandelijks en bevatte per editie meerdere reisitems in verschillende rubrieken. Tussen 1973 en 1992 verscheen daarnaast jaarlijks een speciale reiseditie. Avenue bevat daarmee in totaal al gauw 500 reisreportages en -verhalen, meestal tot stand gekomen uit samenwerking tussen schrijvers als Cees Nooteboom, Renate Rubinstein of Harry Mulisch, ontwerpers als Frans Evenhuis of Toon Michiels en fotografen als Ed van der Elsken en Eddy Posthuma de Boer.
Bij het 25-jarig bestaan van het blad stelt hoofdredacteur Louki Boin: ‘Avenue verruimt de blik’. In deze lezing wordt de vraag gesteld hóe Avenue dat deed, de blik verruimen: met welke eigenschappen specifiek voor het tijdschrift als designed object? En met welke specifiek voor Avenue? In deze lezing wordt gezocht naar de medialogica van een mondain magazine, gebruik makend van inzichten uit de Travel Writing Studies, de media studies én de handreikingen aangaande tijdschriftonderzoek van Bert van Selm.

Over de spreker
Dr. Esther Op de Beek is Onderwijsdirecteur van het Centre for the Arts in Society en universitair docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.
Ze publiceert, doceert en geeft lezingen over Nederlandse (reis)literatuur, en de representatie van geluk in de moderne literatuur. Op de Beek is redacteur van het Tijdschrift voor Nederlandse letterkunde en jurylid van de BNG Bank literatuurprijs, eerder ook van de P.C. Hooftprijs, ANV Debutantenprijs en VPRO Bob den Uyl Prijs voor reisliteratuur.
Bij De Bezige Bij verzorgde zij Avenue, Cees Nooteboom. 15 jaar wereldliteratuur (2014) over Avenue Anthologie, de poëzierubriek van Cees Nooteboom.

=======================

33 Struisvogelgedrag in de humaniora
Joris van Eijnatten

Struisvogelgedrag in de humaniora. Een pleidooi voor computationele zelfredzaamheid
Hoe toekomstbestendig zijn de geesteswetenschappen in het licht van de voortgaande digitalisering? In vergelijking met andere wetenschapsdomeinen, loopt kennis van het digitale in de humaniora in zowel onderwijs als onderzoek flink achter. Substantiële investeringen in geavanceerde digitale vaardigheden en computationele competenties onder docenten en studenten zijn cruciaal om ervoor te zorgen dat de geesteswetenschappen controle behouden over hun eigen toekomst. Het digitale moet geesteswetenschappers een tweede natuur worden. Hoe leuk het zelfstandig klooien met computers en code kan zijn, toont Joris van Eijnatten aan in de beschrijving van een methode om boektitels te extraheren uit een gedigitaliseerde krant.

=======================

32. Jacqueline Bel: Schrijven, drukken, schrappen? Max Havelaar in tijden van sensitivity reading, laaggeletterdheid en ontlezing
Is de literatuur nog wel veilig voor ingrepen door uitgevers en sensitivity readers? Die vraag werd voorjaar 2023 actueel door de rel over het censureren van romans van Roald Dahl. Is literatuur dan heilig, was tegelijkertijd de kwestie in het licht van laaggeletterdheid en ontlezing? Aan de hand van een ontdekkingstocht langs de editiegeschiedenis van de Max Havelaar (1860) van Multatuli én een proeve van sensitivity reading van deze roman, onderzoekt Jacqueline Bel de materie. Spoiler: deskundigheid gaat boven sensitiviteit.

Over de spreker
Professor Jacqueline Bel is gespecialiseerd in de literatuur van het fin de siècle, de eerste helft van de 20e eeuw, de twee wereldoorlogen en de (post)koloniale literatuur. Momenteel werkt zij aan een boek over de Joodse stadsroman in de eerste helft van de 20e eeuw en een boek over Multatuli. In 2021 verscheen De postkoloniale spiegel, De Nederlandse letteren herlezen, een boek dat zij samen met Rick Honings en Coen van 't Veer samenstelde.

Jacqueline Bel is voorzitter van het J.I. de Haan Genootschap en was tot september 2022 vice-voorzitter van de Stichting Willem Frederik Hermans Instituut. Tot juni 2022 was zij jurylid van de BNG-Literatuurprijs. Nu is zij jurylid van de Henriette Roland Holst Prijs en het Charlotte Köhler Stipendium.

Zij is redacteur van het tijdschrift Indische letteren en het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Zij is tevens lid van de adviesraad van het Vlaamse-Nederlandse literair-historische tijdschrift Zacht Lawijd.

=======================

31 Geert Warnar: ‘Lezen als een luistervink. De dialoog in de Nederlandse literatuur van Maerlant tot Coornhert’

Waarom schreven middeleeuwse en vroegmoderne auteurs zo vaak en zo graag teksten in de vorm van een gesprek? Alles werd bediscussieerd, of het nu ging om liefde, politiek, geloof, de ideale staat of troost in tegenspoed. En iedereen kon het woord voeren: vrienden onderling, man en vrouw, meester en leerling.
De dialoog werd vroeg ontdekt in de Nederlandse literatuur. Voor 1300 had Jacob van Maerlant zowel het genre gedefinieerd als zijn theorie in praktijk gebracht; in de zestiende eeuw zou de humanist Dirck Volkertsz Coornhert in zijn eentje al tientallen samenspraken produceren. De geschreven dialoog was populair in tijden zonder de interactie van podcasts en talkshows maar nu de moderne media nieuwe vormen van conversatie voor een groter publiek in scène zetten, kunnen we in middeleeuwse en vroegmoderne dialogen verrassend veel terugvinden van de spontaniteit, persoonlijke meningen, vrijheid van spreken en luchtigheid die het voor ons aantrekkelijker maken om naar een interview te luisteren dan een monoloog aan te horen. Maar de dialoog was ook een methode om betekenis te vinden (en te versluieren), conflicten uit te vechten (en op te lossen) of tot inzicht te komen — waarbij de lezers altijd moeten kiezen of zij buitenstaander blijven of deelnemen aan het debat.

=======================

30. Olga van Marion: ‘Gouden diva’s. De eerste Nederlandse actrices in de zeventiende eeuw’

In het midden van de zeventiende eeuw komen we in de schouwburgarchieven voor het eerst de namen tegen van actrices, die vanaf dat moment de vrouwenrollen gaan overnemen die tot dan toe door mannen werden gespeeld. Wie waren deze pioniersters in de theaterwereld, die niet alleen met acteren, dansen en zingen in toneeltenten, schouwburgen en schuren, maar ook met bier schenken in hun levensonderhoud hebben voorzien? Hoe beroemd zijn ze geweest? We maken een zoektocht door archieven en tientallen oude tekstboekjes bij theatervoorstellingen om meer te weten te komen over deze eerste Nederlandse diva’s.

=======================

28. Prof.dr. Willem Otterspeer: ‘Het mystieke getal. De Leidse prenten van 1610’

In deze lezing stelt Willem Otterspeer de vier bekende Leidse prenten uit 1610 centraal, met voorstellingen van de bibliotheek van de universiteit, het anatomisch theater, de hortus botanicus en de schermschool. Ze werden uitgegeven bij de Leidse uitgever Andreas Cloucq en gegraveerd door Willem Swanenburgh naar tekeningen van Jan Cornelisz. van ’t Woud. Otterspeer stelt vier vragen aan die prenten, de vier traditionele vragen uit de scholastiek: An sit? Quid sit? Qualis sit? en Propter quid sit? Ofwel: zijn het wel vier prenten, wat staat erop, wat is hun boodschap en in welke omgeving werden ze gemaakt? Bekend als de prenten zijn, hoopt Otterspeer op elk van die vier vragen een nieuw antwoord te kunnen geven. Beginpunt daarbij vormt een opmerking van Hastings Rashdall, die in zijn boek The Universities of Europe in the Middle Ages gewaagde van ‘het mystieke getal vier’. Afsluiten doet hij met The Sign of Four van Arthur Conan Doyle, want hij hoopt niet alleen een intrigerende casus aan de orde te stellen, maar ook de ‘schuldige’ aan te wijzen.

Over de spreker
Willem Otterspeer, emeritus hoogleraar universiteitsgeschiedenis, begon 40 jaar geleden bij de Universiteit Leiden als conservator van het Academisch Historisch Museum. Vanaf 1997 was hij hoogleraar universiteitsgeschiedenis, eerst als bijzonder en vanaf 2002 als gewoon hoogleraar. Tussen 1979 en 1990 werkte hij als criticus intensief mee aan het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad, later in die hoedanigheid vooral bij de Volkskrant. Ook was hij van 2005 tot 2011 redacteur van De Gids.
In 1992 promoveerde hij cum laude op het proefschrift De wiekslag van hun geest over de Leidse universiteit in de negentiende eeuw. Dat boek was de grondslag voor een veel groter project,
een vierdelige geschiedenis van de Leidse universiteit, waarvan nu drie delen gepubliceerd zijn. Daarnaast publiceerde hij biografieën van de filosoof G.J.P.J. Bolland (1995) en de historicus Johan Huizinga (2006). Vanaf 2000 was hij bezig aan een tweedelige biografie over Willem Frederik Hermans. Het eerste deel, De mislukkingskunstenaar (1921-1952) verscheen in 2013 en het tweede deel, De zanger van de wrok, in 2015. Hij werkt momenteel aan het vierde en laatste deel van de studie naar de geschiedenis van de universiteit van Leiden, over de universiteit in de twintigste eeuw.

Otterspeer kreeg voor zijn werk een aantal prijzen, waaronder de Dr. Wijnaendts Francken-prijs, en de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie.

=======================

23. Frans Blom, universitair docent vroegmoderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Pennen in beweging. De reizende schrijver in kaart’.

Schrijvers hebben een open oog voor de wereld en trekken er graag op uit. De lezer thuis reist mee in de literatuur. Deze lezing onderzoekt de effecten van bewegende schrijvers op de vergroting van het wereldbeeld. De analyse is multimediaal en besteedt aandacht aan tekst, beeld, kaarten en apps. We komen in de UB Leiden, in de Alpen, in New York, in de Casuariestraat van Den Haag en bij de grote Russische tsaar.

=======================

21 ‘Op jacht naar de gezwinde grijsaard’
Op 4 september 2012 vindt aan de Universiteit Leiden de 21steBert van Selmlezing plaats, een initiatief van de opleiding Nederlandse taal en cultuur. Riet Schenkeveld-van der Dussen, emeritus hoogleraar Nederlandse letterkunde 1550-1850 aan de Universiteit Utrecht, zal dit jaar de lezing houden, met als titel: ‘Op jacht naar de gezwinde grijsaard. Een verkenning van Nederlandse bloemlezingen vanaf de zeventiende eeuw tot heden’.
Bloemlezingen van Nederlandse gedichten bestaan al eeuwenlang, voor liefhebbers en later ook voor scholieren en studenten. Aanvankelijk kreeg alleen de eigentijdse dichtkunst aandacht maar op den duur ook de letterkunde uit het verleden. Voor de Nederlandse literatuurgeschiedenis zijn bloemlezingen van groot belang: welke gedichten werden geselecteerd, welke waren tijdelijk populair en verdwenen later weer, welke zijn evergreensgeworden en hoe valt een en ander te verklaren? Het sonnet van P.C. Hooft waar de titel van deze lezing op zinspeelt, is in vrijwel alle moderne anthologieën te vinden. De vraag die — bij wijze van exempel — in de lezing wordt beantwoord is wanneer en waarom dit gedicht een plaats in bloemlezingen heeft gekregen.

=======================

20. Op dinsdag 6 september 2011 zal de twintigste Bert van Selm-lezing plaatsvinden met de voordracht van Arnold Heumakers, criticus bij NRC Handelsblad, onder de titel: ‘Tussen missie en media. De plaats van de literatuur in het moderne medialandschap’.

De massamedia geven tegenwoordig gezicht aan de wereld. Onze kennis van de wereld ontlenen we aan televisie en internet. De wereld wordt dus voor een belangrijk deel gecreëerd door de media. Maar van oudsher claimden de kunsten deze taak voor zichzelf. In de Romantiek is zo’n wereldscheppende functie uitdrukkelijk door de dichters en schrijvers opgeëist. ‘Wij zijn op een missie: tot de Bildung van de aarde zijn wij geroepen’, schreef de Duitse romanticus Novalis. Hoe zou deze romantische missie er tegenwoordig uit kunnen zien? Oftewel, wat is de plaats van de literatuur in een wereld die de massamedia dagelijks creëren?

=======================

19. Op dinsdag 7 september 2010 vindt de negentiende Bert van Selm-lezing plaats met de voordracht van professor Frank Willaert (Universiteit Antwerpen) onder de titel: ‘De ruimte van het boek. Literaire regio's in de Lage Landen tijdens de middeleeuwen’.
Sinds de neerlandistiek zich in de negentiende eeuw als wetenschappelijke discipline gevestigd heeft, levert het concept ‘Middelnederlands’ het vanzelfsprekende kader om de middeleeuwse geschiedenis van de volkstalige letterkunde ten noorden van de Romaans-Germaanse taalgrens te beschrijven. Maar wat zouden we vernemen als we een zeer belezen Bruggeling van omstreeks 1350 zouden vragen om zijn licht op de literatuur van toen te laten schijnen? En zou hij in zijn imaginaire bibliotheek dezelfde ‘Dietse’ boeken hebben staan als een ter zake even beslagen Brusselaar?

Continue