Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 4, nummer 3 (mei 2004)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Colofon
 
Interview

‘Het mooie aan een stad is dat je een ontwikkelingsgang ziet, een stad is namelijk altijd in verandering.’

Prof. dr. R.C.J. (Rudi) van Maanen

Prof. dr. Rudi van Maanen kent het ‘geheugen’ van Leiden als zijn broekzak.  Al dertig jaar lang speurt hij als archivaris door de 5,5 km archieven van gemeentebesturen, gemeentelijke diensten, instellingen en bedrijven, kloosters en kerken, scholen en fabrieken. Onlangs is hij benoemd tot bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis, in het bijzonder van Leiden, bij de vakgroep geschiedenis. ‘Het losmaken van de knoop die met zorg is gelegd om de papieren bij elkaar te houden en vervolgens het openslaan van stukken die honderd jaar geleden voor het laatst zijn gelezen, dat is en blijft iets onbeschrijflijk moois.’

door Matthijs de Winter

Rudi van Maanen
‘Het  bijbrengen van historisch besef aan de hand van de eigen omgeving, dat is mijn inspiratiebron.’

Hoe bent u in Leiden terechtgekomen?

‘Dertig jaar geleden heb ik gesolliciteerd bij het gemeentearchief en daar ben ik toen aangenomen als archivaris om een inventaris te maken van het oude archief. Toen ik hier in het Leidse gemeentearchief binnenkwam, was er nog vrij weinig gedaan op het gebied van de inventarisatie van het stadsarchief. Bij mijn binnenkomst werd er tegen mij gezegd: ‘Joh, het stadsarchief moet nog gedaan worden, doe jij dat even? Toen vroeg ik nog hoe lang dat zou gaan duren. De toenmalig archivaris antwoordde toen ‘twintig jaar’. Nou, laten we nu maar beginnen dan, zei ik toen.

Voordat ik hier in Leiden aankwam heb ik geschiedenis gestudeerd in Utrecht, mijn hoofdvak was middeleeuwse geschiedenis en mijn bijvak contemporaine geschiedenis. Daarna heb ik de postdoctorale opleiding tot hoger archiefambtenaar gevolgd.

Ik heb jarenlang de wens gehad om te promoveren in de archivistiek en die kans deed zich pas een paar jaar geleden voor. Nu ben ik sinds kort benoemd tot bijzonder hoogleraar bij de vakgroep geschiedenis.’

Hoe kwam het dat u pas zo laat kon promoveren aan de universiteit?

‘Er was nogal wat weerstand bij enkele historici en hoogleraren hier in Leiden. Zij zagen het niet zitten dat iemand kon promoveren op een archivistisch werkstuk. Daarin doe je namelijk onderzoek naar archiefvormen, de manieren waarop een archief  is ingericht, zoals het beschrijven van de stukken, het ordenen, maar ook hoe de administratie gedaan is. Eigenlijk kijk je dus naar de opzet van een archief en dat is een bron op zich. De context, de samenhang waarin de documenten zich bevinden speelt daarbij een belangrijke rol. In de zeventiger jaren werd dit standpunt echter niet geaccepteerd, dus ik heb even moeten wachten op de goedkeuring van mijn onderzoeksopzet. Ik ben uiteindelijk vier jaar geleden gepromoveerd bij Prof. dr. F.C.J. Ketelaar op de inventaris van het gemeentearchief van 1816 tot 1929’.

Hoe gaat een archivaris te werk?

‘Een archivaris houdt zich vooral bezig met de buitenkant van de stukken. Hij richt zich vooral op de vragen hoe de stukken beschreven moeten worden in de inventaris en hoe ze zijn geordend. De taak van de archivaris is om stukken te ordenen en toegankelijk te maken. Je probeert eigenlijk de onderzoeker de weg te wijzen in het archief. Het bestuderen van de inhoud en het duiden daarvan is meer een taak voor de vakspecialisten.

Het merendeel van je tijd ben je de verschillende stukken, geplaatst in de honderden meters archiefkast, aan het doornemen.

Je kijkt naar wat het is en maakt op basis daarvan een beschrijving en ordening. Vroeger werd een archief geordend per onderwerp, later heeft men de overstap gemaakt naar dossiers. Daarvan zijn er van voor 1929 echter niet veel overgebleven, want  helaas is het stadhuis toen door een grote brand verwoest. We hebben dus een gat van enkele honderden meters in het archief en de verandering van ordeningssysteem is daarbij ook verloren gegaan.’

Wat houdt het vak stadsgeschiedenis eigenlijk in?

‘Stadsgeschiedenis is eigenlijk de Nederlandse vertaling van Urban History. Dit is een historische discipline die is ontstaan in de zestiger jaren. Het is ontstaan rond het idee dat alles met elkaar samenhangt. Deze discipline is ontwikkeld in Europa, maar ook in Amerika is er veel aandacht voor. De Amerikanen richten zich in hun onderzoek vooral op de metropolen. De groei van deze steden en wat de invloed van een stad is op de mensen. Het mooie aan een stad is dat je een ontwikkelingsgang ziet. Het is niet een museum dat een bepaald beeld geeft van een periode, de stad is altijd in verandering. Als je boven de winkels uitkijkt naar alle gevels, dan zie je alle tijden aan je voorbijgaan. Een plek of gebouw wordt mooier als je meer over de geschiedenis weet. Ik vind het bijvoorbeeld heerlijk om in de buurt van de Pieterskerk of de Hooglandse kerk rond te lopen, dat is toch het meest authentieke deel van Leiden. De smalle steegjes, kleine winkeltjes, dat sluip-door-kruip-door werk. Daarom wil ik ook de Urban History voor  het voetlicht brengen voor een zo breed mogelijk publiek. Het bijbrengen van historisch besef aan de hand van de eigen omgeving, dat is mijn inspiratiebron. Het is interessant om te kijken naar de verschillende lagen in de samenleving van de stad, hoe hangen die samen, hoe komt het stadsbestuur aan informatie, door wie wordt het beïnvloed? Hoe hebben bijvoorbeeld de idealen uit de Franse Revolutie doorgewerkt in deze stad? Om deze vragen te kunnen beantwoorden is veel archiefonderzoek nodig.’

Het speuren in de honderden meters papier in het archief is dat een beetje schatgraven?

‘Het losmaken van de knoop die met zorg is gelegd om de papieren bij elkaar te houden en vervolgens het openslaan van stukken die honderd jaar geleden voor het laatst zijn gelezen, dat is iets onbeschrijflijk moois. Je voelt je soms ook wel een detective. Heel minuscule  aanwijzingen kunnen tot nieuwe inzichten of verbanden leiden. Zo kwam ik eens een tekst tegen waarop de afdruk te zien was van een ander document. Je kon duidelijk de afdrukken zien van de stof en ook de kleur van het papier was nog te zien. Honderden nummers verderop in de kast kwam ik het document tegen dat deze afdruk op het andere papier had achtergelaten. Deze twee stukken hoorden dus bij elkaar. Dat zijn natuurlijk hartstikke leuke, kleine ontdekkingen.’

Welk document dat u tijdens uw vele speurwerk bent tegengekomen heeft het meeste indruk op u gemaakt?

‘Een interessant stuk bijvoorbeeld, dat gedateerd was op 1599, stond beschreven in een andere inventaris als overzicht van een compagnie in het Leidse garnizoen. Echter, dit blijkt een belastingformulier te zijn uit de tijd van het beleg in 1573. Dat is aardig, want dit  belastingformulier laat zien dat ook tijdens het beleg het dagelijks leven gewoon doorging, de belastingen werden gewoon bijgehouden. Dat vind ik heel mooi, stukken die een getuige zijn van het dagelijks functioneren van de maatschappij.’

U bent ook eindredacteur van de vierdelige serie over de geschiedenis van Leiden, was dat nog niet eerder gedaan: de geschiedenis van Leiden beschrijven in boekvorm?

‘Zeker wel, P.J. Blok schreef in vier boekdelen een ‘Geschiedenis eener Hollandsche stad’. Maar deze boeken zijn geschreven aan het begin van de twintigste eeuw. Veel mensen waren van mening dat voor de huidige vraagstellingen deze boeken niet meer toereikend waren. Vandaar dat we hebben besloten om een nieuwe, bredere, geschiedschrijving van Leiden te publiceren. We hopen daarbij antwoord te krijgen op nieuwe vragen die betrekking hebben op ruimtelijke ontwikkeling, sociale structuren en netwerken binnen de stad.  Met een heel team van redacteuren en auteurs van verschillende artikelen zijn we rond de tafel gaan zitten en hebben we de plannen besproken. In november verschijnt deel vier en is de serie compleet.

Kijk, de feiten kennen we zo langzamerhand wel, maar met name de verschillende processen die zich af hebben gespeeld in de stad zijn nog onbekend. Soms roept de actualiteit ook vragen op over het verleden. Zo lees je nu veel in de krant over immigratie- en integratieproblemen. Als je dan weet dat de Leidse bevolking aan het eind van de 16e eeuw verdubbeld is door de komst van immigranten, dan kun je je afvragen of daar ook dergelijke problemen zijn opgetreden of hoe ze die mensen hebben opgevangen. In die tijd is daar natuurlijk ook veel over gesproken en het is interessant om te weten te komen hoe dat hier in Leiden heeft geleefd.’

StratenboekLinks

www.pilgrimarchives.nl

www.leidenarchief.nl

Printversie

Uw reactie
vorige pagina top pagina