Homepage Universiteit Leiden
Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 4, nummer 3 (mei 2004)

   Agenda
   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Discussie
   Bibliotheek
   Bestuurszaken
   ICT
   Colofon
 
Bestuurszaken

Uit de bestuursvergadering

FinanciŽle afspraken over de tweede en derde geldstroom

Tot 1 januari 2004 vonden er een aantal inhoudingen plaats over de inkomsten uit de tweede en derde geldstroom. Deze waren bedoeld om de algemene kosten te dekken die voorbereiding en uitvoering van projecten vergen. Ook de Universiteit Leiden vroeg een bijdrage vanuit deze inkomsten.

Omdat tegelijkertijd ook vanuit het centrale niveau bepaalde inkomsten toevloeien aan de faculteiten, was er aanleiding om na te gaan of de administratieve lasten niet beperkt zouden kunnen worden door bepaalde uitgaven en inkomsten tussen het universitaire en het facultaire niveau tegen elkaar weg te strepen. Dat is er 1 januari 2004 gerealiseerd.

Dit betekent onder andere dat er geen specifieke centrale heffingen meer zijn op tweede- en derdegeldstroominkomsten, maar dat deze in een algemene korting op de universitaire bijdrage tot uitdrukking komen.

Dit vormde de aanleiding om de facultaire afdrachten opnieuw te bezien. Dit heeft geleid tot de volgende besluiten en overwegingen.

Tweede geldstroom

Over de tweede geldstroom zijn de volgende afspraken tussen NWO en de universiteiten gemaakt: alleen de aantoonbaar gemaakte directe kosten (personeel of materieel) kunnen worden gedeclareerd.

Dat betekent dat de faculteit hierop geen andere kosten kan en zal boeken. Het budgetbeheer over het gehele project en het werkgeverschap over het personeel is ondergebracht bij de faculteit. Dat betekent dat overschrijdingen op de begroting en kosten voor bijvoorbeeld ziektevervanging en wachtgeld voor rekening van de faculteit zijn.

De facto betekent dit, dat de faculteit altijd een bijdrage levert aan deze projecten, te weten alle indirecte kosten, zoals voor huisvesting, personeelszorg etc.

Derde geldstroom

Standaard worden vanaf 1 januari 2004 de volgende facultaire afdrachten toegepast:

voor overhead algemeen    : 5%
ziekterisico :       5%
wachtgeld :      3%
huisvesting :      Ä 2.800 per jaar per fte

Bij bepaalde projecten kan de afdracht voor het ziekterisico achterwege blijven, namelijk wanneer kan worden aangetoond dat er geen sprake behoeft te zijn van ziektevervanging. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van een aan een persoon gebonden project met alleen inspanningsverplichting. Bij projecten met een resultaatverplichting zal er altijd sprake zijn van ziekterisico.

Het kan voorkomen dat een projectleider wil afwijken van de afdrachtenregeling. In dat geval moet hiervoor een onderbouwde aanvraag worden ingediend bij het Faculteitsbestuur. Dit kan dan besluiten om tot matching over te gaan in de vorm van het (gedeeltelijk) voor eigen rekening nemen van bepaalde afdrachten.

Voor persoonlijke bestemmingsfondsen wordt alleen de 5% overhead algemeen geheven.

Overgangsregeling

Als in het verleden (voor 1 januari 2004) in de begroting van een project afwijkende afdrachten zijn opgenomen, kunnen die van toepassing blijven voor de duur van het gehele project.

Printversie
Uw reactie
vorige pagina top pagina