Homepage Universiteit Leiden

Homepage Faculteit der Letteren Homepage Forum Zoeken in Forum E-mail redactie Forum

Jaargang 1, nummer 5 (juni 2001)

   Onderwijs
   Onderzoek
   Personalia
   Bibliotheek
   ICT
   Colofon
 
"De ontkenning van de eigen identiteit is hier 
een nationale sport"

 

Ludo Beheydt geniet van cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Nederland

De Belgische hoogleraar Ludo Beheydt werkt nu bijna een jaar bij de Opleiding Dutch Studies, waarin buitenlandse studenten kennismaken met de Nederlandse taal en cultuur. Vooral identiteitsvraagstukken en cultuurverschillen brengt hij in zijn colleges onder de aandacht. Een gesprek over vergadercursussen, Damslapen, de menukaart van de coffeeshop en de rijkdom van de eigen taal: "de Mastersopleidingen moeten echt niet allemaal in het Engels."

door Jock van Vliet, 23 mei 2001


Voelt u zich in de eerste plaats Belg of Vlaming?

Voor mij is het geen tegenstelling. Uiteraard ben ik Vlaming: ik behoor tot de Vlaamse gemeenschap, ik woon er en spreek Nederlands, maar ben Belgisch staatsburger en werk ook aan de Franstalige universiteit van Louvain-la-Neuve, dus in dat opzicht ben ik Belg. Identiteiten hoeven elkaar niet uit te sluiten. Mijn eerste verbondenheid is waarschijnlijk Vlaams, dat zal wel te maken hebben met het feit dat ik binnen die taalgemeenschap ben opgegroeid en de normen en waarden die met die taal verbonden zijn heb meegekregen. Ik woon in Winksele bij Leuven en trek elke dag de taalgrens over, maar ik heb nog steeds geen visum nodig, zoals men in het buitenland wel eens denkt.

"Ja toch? Niet dan?"

Hoe bevalt het om in Nederland te werken?

Sinds de jaren zeventig ben ik vaak in Nederland en ik kom hier heel graag. In de eerste plaats vanwege de verschillende cultuur. De studentencultuur is hier heel anders. Belgische studenten noteren netjes wat de hooggeleerde heer in zijn wijsheid staat te oreren, verwerken dat en het pak aantekeningen mag nog zo dik zijn, in juni zijn ze bereid om die informatie net zo aan te bieden zoals je die hebt gegeven. Ze hebben ook een breder en beter interpretatiekader, zijn geÔnformeerder. In Nederland - ik ben in 1995 begonnen aan de UvA, in de republiek Amsterdam in het Koninkrijk der Nederlanden, waar ik tot 1998 heb gewerkt - wordt echter na je eerste zin meteen gereageerd: "Nou, dat weet ik zo net nog niet." Het voordeel van Nederland is dat studenten vanaf het eerste jaar al werkstukken maken, initiatief nemen en opkomen voor hun eigen mening. Die persoonlijke aanpak stelt men in BelgiŽ te lang uit. Verder is er een verschil in houding. Studenten zijn hier directer, assertiviteit is een gouden woord in Nederland. Dat behoort ook tot de normen en waarden op school. Je hoort hier vaak: "Maar het is toch zo? Ja toch? Niet dan?". Wij zijn wat zuidelijker, wat Latijnser: de mooie verwoording is belangrijk, je hoeft niet meteen hardop te zeggen waar het op aankomt.

Is er in Nederland ook een duidelijk andere bestuurscultuur?

Absoluut. Ik was daar al van overtuigd toen ik in Leiden kwam. Ik zei dat ik de naam van Leiden als hoogleraar wilde helpen uitdragen, maar dat ik zo min mogelijk te maken wilde hebben met logistieke aspecten. Hier is een vergadercultuur - of er nu wat is of niet, er moet vergaderd worden. Dat is een groot verschil met BelgiŽ. Daar wordt meer in de marge geregeld, maar hier wil men ook nog eens de marge beregelen. Ik onttrek me niet aan vergaderingen, maar vergader liever niet. Ik heb er altijd moeite mee dat je eerst akkoord moet gaan over de agenda, dan over de volgorde van de agenda... Ik weet wel dat je cursussen kunt volgen om dat te leren, maar aan mij is het niet meer besteed, vrees ik. Met de collega's een pint gaan drinken en eens zeggen hoe we bepaalde dingen zullen doen, is wat anders.

Vogels in toga

Hoe bent u in Leiden terechtgekomen?

Ik had dus al drie jaar in Amsterdam gezeten - ik kende Amsterdam trouwens al veel langer, als student moesten wij natuurlijk eens gaan Damslapen, dat hoorde er toen bij -, maar wilde nog eens in Nederland werken. Ik geef in Louvain-la-Neuve het vak Cultuur der Nederlanden, Vlaanderen en Nederland bezien vanuit vergelijkend perspectief. Ik lees Nederlandse kranten, maar via lezen en televisie alleen kom je er niet. Je moet eigenlijk in het land zelf zijn om het inhoudelijke aspect van het vak beter zelf te kunnen invoelen, de sfeer te proeven, de attitudes in de omgang met mensen te leren kennen, dus te kunnen bevatten wat Nederland nou precies is. Ik werk sinds het begin van dit academiejaar in Leiden en het bevalt me wel, vooral omdat hier een ploeg zit van een aantal jonge mensen waar wat in zit en die vooruit willen. Bovendien was de opvang meteen goed. Ik was vanaf de eerste dag een van hen. Die collegialiteit was het aspect dat mij meteen opviel en meeviel. Het is ook een verschil met Amsterdam. Daar gaat iedereen zijn eigen gang en is men individualistischer. Sowieso zijn er veel verschillen met de hoofdstad. Amsterdam is meer vrijgevochten, daar zie je de raarste vogels in toga. Men epateert daar ook een beetje met dat revolutionaire. In Amsterdam adem je de multiculturaliteit, hier adem je meer de historiciteit van de stad. Er is ook een stijlverschil. Leiden is vergelijkbaar met de Leuvense universiteit. Het is geen universiteit van oude deftigheid, dat zou te veel gezegd zijn, maar de rituelen worden hier gerespecteerd, er is een conventionaliteit die iets groter is. Een traditie sleep je ook voor een deel mee. Dit herken ik beter.

Hoe ziet uw week er eigenlijk uit?

Ik ga normaal gesproken elke dag naar Louvain-la-Neuve en op vrijdag ben ik hier. In BelgiŽ ben ik hoogleraar Nederlandse taalkunde en geef ik de vakken taalkunde, taalverwerving en Cultuur der Nederlanden, in het Frans bespreek ik Nederlandse historische teksten en bovendien heb ik colleges psycholinguÔstiek. Van huis uit ben ik taalkundige, ik ben gepromoveerd op kindertaalontwikkeling, op moedertaal, of, beter gezegd: moederstaal: wat moeders tegen hun kinderen zeggen als die 18 maanden tot twee jaar oud zijn. Bij Dutch Studies heb ik dit semester het college Taal en culturele identiteit gegeven, het volgende semester staat Kunst en culturele identiteit op het programma. Dat culturele aspect heb ik op een gegeven moment op mijn bord gekregen omdat ik een leemte op moest vullen, maar het is ondertussen het leukste deel van mijn stof geworden.

Mosselhouding

Welke aspecten van de Nederlandse cultuur en maatschappij selecteert u voor uw colleges?

Volgend semester geef ik hier voor het eerst Kunst en culturele identiteit. Daarbij komt de tegenstelling tussen mediterrane kunst en kunst der Nederlanden aan bod en hierbinnen weer de tegenstelling tussen Vlaamse en Nederlandse kunst en identiteit. Wat is er Nederlands aan Vincent van Gogh, wat maakt James Ensor Vlaams? Ook vergelijk ik de kunstenaars met elkaar, ik merk dat studenten in Louvain-la-Neuve dat altijd prachtig vinden. Wegens het beperkte aantal uren worden het waarschijnlijk capita selecta.

Maatschappelijk gezien is Nederland voor mij gidsland. Men wijst hier met het vermanende vingertje en weet precies hoe het elders moet. Borst die bijvoorbeeld zegt: "Ze hebben het nog steeds niet begrepen, maar ik heb op de conferentie eens mooi uitgelegd hoe het nou eigenlijk moet met dat drugsbeleid." Dit is echt Nederlands. De thema's waar Nederland gidsland in wil zijn en waarin het land net een stap verder gaat, zijn geknipt voor mijn colleges, bijvoorbeeld de Gay Parade, het zeer tolerante minderhedenbeleid, maar ook bijvoorbeeld het euthanasiedebat. Franstalige studenten geloven hun ogen niet als ik een artikel uit de Volkskrant laat lezen waarin staat dat men twaalfjarigen wil laten beslissen over euthanasie. Ook drugs komen natuurlijk ter sprake, dat je hier naar een coffeeshop gaat en daar van de menukaart kunt lezen of je Afghaanse of nederwiet wil hebben, maar geen pint kunt drinken. Dat zijn thema's waarin studenten geÔnteresseerd zijn, dat is hun leefwereld! Het zijn allemaal voorbeelden van cultuurverschil.

Je moet kunnen erkennen dat je als land een bepaalde identiteit hebt, maar dat is in Nederland altijd moeilijk. Er wordt hier gezegd: "Onze eigenheid is dat we geen eigenheid hebben." Dat is een nationale sport. Zelfs in officiŽle rapporten komt dat naar voren. Ik heb daar net een nogal snerend stukje over geschreven. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling heeft een rapport opgesteld over de nationale identiteit. Daarin merkt men weliswaar op dat er ook hier een soort nationaal gevoel is, maar men wil daar eigenlijk niet aan. Er staan frases in die ik typisch Nederlands vind, zoals: "Zo wordt genoteerd dat onder sommige laagopgeleiden een chauvinistische invulling naar voren komt." Sommige laagopgeleiden... Dat denigrerende, hŤ? Er wordt wel snel aan toegevoegd dat dit type opvattingen eerder uitzondering dan regel is, de teneur van het officiŽle rapport is duidelijk: "De Nederlandse eigenheid mag geen naam hebben. Ze bestaat juist in de ontkenning ervan." Dat staat dan in zo'n officieel rapport! Ik smul van dit soort rapporten waarin de ontkenning van de identiteit naar voren komt. Ik geloof niet dat je met zo'n ontkenning je maatschappij makkelijker maakt. Integendeel. Om racisme en xenofobie tegen te gaan is het voor mij een grondvoorwaarde dat je van een rustige, zelfverzekerde identiteit uitgaat. Op de mosselhouding dat iedere niet-Nederlander mag zijn wie hij of zij is, maar dat niet gevraagd moet worden naar de identiteit van de autochtoon, omdat die bestaat in de ontkenning van de eigenheid, bouw je geen beleid.

Ludieke activiteit

Wat doet u naast uw onderwijstaken nog meer?

Ik ben in Louvain-la-Neuve wat hier 'ombudsman' genoemd zou worden, ik publiceer natuurlijk veel, zit in European Children in Crisis (een instelling die zich bezighoudt met meertaligheidsproblemen bij expatkinderen in Europa), ik ben redacteur van het tijdschrift Neerlandica Extra Muros voor docenten Nederlands in het buitenland, voorzitter van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren van de Taalunie, op dit moment ook voorzitter van het Steunpunt Nederlands als vreemde taal in Amsterdam en jurylid van Let Op Uw Taal (LOUT). Deze onafhankelijke organisatie streeft in samenwerking met Onze Taal in de eerste plaats naar een communicatieve zuiverheid, waardering en zorg voor het Nederlands zoals het in Nederland en Vlaanderen te horen is. Geen zuiverheid in de oude zin van het woord - ik ben geen taalpurist, maar als er een goed Nederlands equivalent is voor een vreemd woord, geef ik daaraan de voorkeur. Je kunt natuurlijk proberen de show te stelen met je anderstaligheid, maar daar heb ik geen behoefte aan. Voor mijn computer, wťl een Engels woord, gebruik ik woorden als 'schuifbalk', 'taakbalk' en 'uitdraai', die Nederlandse termen voldoen. LOUT is een waakzame institutie, niet vanuit een betuttelende houding, maar vanuit een bekommernis om de eenheid van de taal. Een van onze werkzaamheden is de uitreiking van de Groenman Taalprijs. Daarbij gaat het niet meer om dat betuttelende, maar om het gebruik van creatief, vlot en begrijpelijk Nederlands - een positieve insteek dus -, en dat in het hele Nederlandse taalgebied. Kees van Kooten, een van de winnaars van de prijs, is naar mijn mening immers, met zijn stukjes in Humo, even populair in Vlaanderen als in Nederland. Verder schrijft LOUT in Onze Taal prijsvragen uit om Nederlandse equivalenten te vinden voor anderstalige woorden, zodat nieuwe Nederlandse woorden mogelijk in de taal worden opgenomen. Dit is een vrij ludieke activiteit. Het voornaamste punt is voor mij de zorgzaamheid voor de taal, geen vrees voor germanismen of gallicismen.

Negatief doordrupeffect

Is het geen strijd tegen de sluipende verengelsing?

Ach, dat is niet mijn strijd. Ik ben echter niet gelukkig met de verengelsing van ons straatbeeld. Ik vraag mij ook af waarom dat moet. Die reclames in het Engels, volgens mij missen die hun doel. Voor mij is het een veronachtzaming van de rijkdom die je eigen taal heeft. Alles moet in het Nederlands kunnen. Ik heb nog steeds moeite met de universitair docent die alleen maar een Engels of Amerikaans handboek gebruikt. Je mag dat zeker gebruiken, maar ik vind dat hij ook tegenover de belastingbetaler de plicht heeft om in zijn moedertaal voor een syllabus te zorgen die in leesbaar Nederlands is geschreven. Als hij dat niet meer kan, is hij niet meer op zijn plaats aan een Nederlandstalige universiteit.

De leefwereld van de jongeren is natuurlijk Engelstalig met MTV en dergelijke, maar we moeten degelijk moedertaalonderwijs blijven verzorgen, ik vind dat je daar zeker in de Bachelorstructuur niet vanaf mag stappen. Dat je daarnaast Masteropleidingen voor sommige vakken in het Engels geeft, kan ik me voorstellen, maar niet alles moet in het Engels. Dan krijg je een negatief doordrupeffect, want binnen de kortste keren kun je ook op het niveau van het middelbaar onderwijs niet meer over deze vakken praten. De terminologische vernieuwing, die zeer snel oprukt, wordt immers niet meer vertaald. Ook in het kader van het verenigde Europa zou men misschien nog het liefst bijsluiters in ťťn taal, dus het Engels, maken, voor iedereen hetzelfde. Daar geloof ik niet in. Ik zie Europa als een lappendeken. Als we denken dat we daar vanaf moeten, zal het met de Europese Unie niet lekker lopen. Dan heeft men wel het huis gebouwd, maar is de architect vergeten met de bewoners rekening te houden. Het gaat terug op het erkennen van culturele identiteit, dit zal ook het uitgangspunt moeten zijn voor taalpolitiek beleid. Dit soort identiteitsvragen moeten we meer gaan stellen. Opleidingen als Dutch Studies, waarin kennisgenomen wordt van een cultuur, zullen daar een grote rol in spelen.

 

 

Reageren:
UW REACTIE

Up