Nil Volentibus Arduum: Ondergang van Eigenbaat. Amsterdam, 1707.
Uitgegeven door EDITEUR
Red. dr. A.J.E. Harmsen, Universiteit Leiden.
Ceneton05936 - Ursicula (titeluitgave 1708, Ceneton05937)
In deze uitgave zijn evidente zetfouten gecorrigeerd en gemarkeerd met een asterisk.

Dit is een onderdeel van de Ceneton Groeipagina. Van dit toneelstuk moeten nog alle pagina’s gedaan worden.

Continue

ONDERGANG
VAN
EIGENBAAT
In het Eiland van
VRYEKEUR;

ZINNESPÉL.

[Vignet: Nil Volentibus Arduum].

TE AMSTERDAM,

Gedrukt voor het KUNSTGENOOTSCHAP, én
te bekomen by de Erven van J. Lescaille, enz.
Met Privilegie. 1707.

De prys is zeven en een halve stuiver, ingenaait.




ONDERGANG
Van
EIGENBAAT;
ZINNESPÉL.

EERSTE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

WIL.
Ach! ’t is met my gedaan! Ja Eigenbaat, ’t is waar.
Mijn smart is zonder eind; gy hoont my al te zwaar.
Is dit my vriendschap, zo als ik verdiend heb, toonen?
Is dit myn’ trouwe min met wédermin beloonen?
(5) Hoe hebt gy my, helaas! met valsche hoop gevoed,
Eer gy mijn’ broeder deedt versmooren in zyn bloed;
Myn broeder op wiens troon gy eindelyk gesteegen
Met kracht, en met gewéld, hebt dit gezag vekreegen!
Tieran, is Goedaard niet door Kwaadaards raad vermoord?
(10) Wie heeft Gemeenebést doen stikken door een koord?
Is deugd niet door vergif gescheiden uit het leeven,
Door kwaaden raad u van Arglistigheid gegeeven
Gestyfd door Kwaadaard, en Bedróg, en Vlijery?
Spreek Wreedaard! bande gy Opréchtheid niet met my,
(15) En met Réchtvaardigheid? uw’ woede is zonder paalen,
Gy plaagt my, éven fél: ik mag geen adem haalen;
En dus onwaardiglyk geboeid als een slaavin,
Vervólgt men my nóch door een ongehoorde min,

Continue